Beknopte biografie van Gustav Mahler

1860 - 1880

Gustav Mahler wordt op 7 juli 1860 geboren in Kalište, in Bohemen bij de grens met Moravië. Overigens is de datum van 7 juli niet geheel onomstreden. Ook 1 juli wordt genoemd. Hij is het tweede van de veertien kinderen van Bernhard Mahler en Maria Hermann, die leven van de opbrengst van een kleine taveerne. In het jaar dat Gustav wordt geboren verhuist het gezin naar Jihlava. De kleine Gustav begint al zeer jong piano te spelen en geeft reeds op 10-jarige leeftijd zijn eerste pianorecital in Jihlava.

In 1875 maakt hij kennis met Julius Epstein in Wenen. Epstein bespeurt direct de muzikale gaven van Gustav en neemt hem op in het conservatorium. In 1877 leert Gustav Mahler zowel Wolf als Bruckner kennen en met beiden onderhoudt hij gedurende zijn studietijd een intensief contact. In 1878 voltooit hij de studie aan het Conservatorium. Het quintet voor strijkers en piano, waarmee hij het einddiploma compositie haalt, is verloren gegaan, evenals de in dezelfde periode gecomponeerde onvoltooide opera Herzog Ernst von Schwaben op basis van een libretto van J. Steiner. Mahler schrijft zich in aan de Universiteit van Wenen en begint in 1878-79 met de compositie van Das klagende Lied.

 


1880-1896

Hij voltooit Das klagende Lied in 1880 en zendt het in 1881 in voor een compositiewedstrijd, waaraan de "Beethoven-prijs" is verbonden. De jury, waarvan de roemruchte criticus Eduard Hanslick en de componist Johannes Brahms deel uitmaken, velt een negatief oordeel over de compositie. Mahler begint zijn carrière als dirigent. Zijn eerste baan heeft hij in Bad Hall, daarna in Lubljana en vervolgens in Olomouc, waar hij in 1883 met zoveel succes de Carmen van Bizet dirigeert, dat hij de post van tweede dirigent in Kassel verwerft. In die tijd schrijft hij ook de muziek voor het drama van Scheffel Der Trompeter von Säckingen en de Lieder eines fahrenden Gesellen; hij begint ook aan de opzet van de Eerste Symfonie. In 1886 wordt hij in Leipzig aangesteld als tweede kapelmeester onder Arthur Nikisch, die hij in 1887 tijdelijk vervangt. In Leipzig woont hij in het huis van Carl von Weber, een kleinzoon van Carl Maria von Weber, wiens onvoltooid nagelaten opera Die drei Pintos door Mahler succesvol wordt voltooid. Tezelfder tijd begint hij ook aan de compositie van de Lieder aus "Des Knaben Wunderhorn".

In 1888 wordt hij benoemd tot de directeur van het Operatheater van Boedapest. In 1889 sterven zijn ouders en zijn oudste zuster Leopoldine. De première van zijn Eerste symfonie, in november van hetzelfde jaar, wordt een flop. In de zomer van 1890 maakt Mahler een lange reis door Italië, in gezelschap van zijn zuster Justine. In 1891 wordt hij eerste dirigent in Hamburg en in de zomer van 1892 maakt hij met het Hamburgse theater een succesvol gastoptreden in Londen. De zomers van 1893 tot en met 1896 brengt hij door in Steinbach am Attersee, waar hij een "componeerhuisje" laat bouwen om daarin zo ongestoord mogelijk te kunnen componeren; hier voltooit hij de Tweede symfonie (1894) en componeert hij de Derde (1895-96). De uitvoeringen van zijn werken roepen steevast felle en tegengestelde reacties op.

 


1897-1907

In 1897 wordt hij benoemd tot directeur van de Weense Opera en daarmee begint de meest intense periode van Mahlers creatieve leven. In het secessionistische Wenen heeft hij ook de meest vruchtbare culturele contacten. In 1901 wordt in München de Vierde symfonie uitgevoerd: het is een geruchtmakende mislukking. In 1902 trouwt hij met Alma Schindler, en in hetzelfde jaar wordt de Derde symfonie voor de eerste keer uitgevoerd en ditmaal wel met succes. Dat legde tevens de basis voor zijn contacten met Nederland.

In de zomers van 1901 tot 1907 verblijft Mahler in zijn villa aan de Wörthersee in Maiernigg, waar hij ook weer een componeerhuisje heeft laten bouwen. Hier componeert hij de Vijfde tot en met de Achtste symfonie, alsmede de Rückertlieder en de Kindertotenlieder. In 1907 neemt Mahler ontslag bij de Weense Hofopera; zijn oudste dochter Maria Anna sterft en bij hemzelf wordt een hartafwijking geconstateerd. In december van hetzelfde jaar vertrekt hij naar de Verenigde Staten om als dirigent bij de Metropolitan Opera in New York te werken.

 


1907-1911

Gedurende de laatste jaren van zijn leven werkt Mahler in het winterseizoen in New York, waar hij vanaf 1909 de funktie vervult van chef-dirigent van de New York Philharmonic. In de Verenigde Staten oogsten uitvoeringen van zijn muziek (de Eerste, Tweede en Vierde symfonie) succes, maar blijven in bepaalde mate omstreden. De zomers brengt Mahler door in Europa, in zijn zomerverblijf in Altschluderbach (nabij Toblach/Dobbiaco), waar hij in 1908 Das Lied von der Erde componeert, in 1909-10 de Negende en in 1910 de (onvoltooid gebleven) Tiende symfonie. Tijdens zijn verblijven in Europa reist hij in 1908 naar Praag (wereldpremière Zevende symfonie), in 1909 naar Den Haag en Amsterdam (Nederlandse première Zevende symfonie) en in 1910 naar Parijs (Tweede symfonie).

Gedurende de zomer van 1910 voltooit hij de Negende symfonie en begint aan de Tiende, maar het werk daaraan wordt afgebroken tengevolge van zijn huwelijkscrisis met Alma en de voorbereidingen van de wereldpremière van zijn Achtste symfonie in München, die een overweldigend succes boekt. Mahler vertrekt opnieuw naar de Verenigde Staten maar moet in april 1911 wegens ziekte terugreizen. Hij keert terug naar Wenen waar hij op 18 mei overlijdt. Hij wordt bijgezet op de begraafplaats van Grinzing.

 

Uit Musica e Dossier, IV 32, 1989, vertaald door Gerrit Van Oord en Maria Korporal, met correcties en bijdragen van Willem de Vries (Gustav Mahler Stichting Nederland).