Liederen
Duits
Das Lied von der Erde: Von der Jugend

Mitten in dem kleinen Teiche
Steht ein Pavillon aus grünem
Und aus weißem Porzellan.

 

Wie der Rücken eines Tigers
Wölbt die Brücke sich aus Jade
Zu dem Pavillon hinüber.

 

In dem Häuschen sitzen Freunde,
Schön gekleidet, trinken, plaudern,
Manche schreiben Verse nieder.

 

Ihre seidnen Ärmel gleiten
Rückwärts, ihre seidnen Mützen
Hocken lustig tief im Nacken.

 

Auf des kleinen Teiches stiller
[Wasserfläche]1 zeigt sich alles
Wunderlich im Spiegelbilde.

 

Alles auf dem Kopfe stehend
In dem Pavillon aus grünem
Und aus weißem Porzellan;

 

Wie ein Halbmond [steht]2 die Brücke,
Umgekehrt der Bogen. Freunde,
Schön gekleidet, trinken, plaudern.

 

Voetnoten:
1 Bethge: "Oberfläche"
2 Bethge: "scheint"
NB: De laatste twee coupletten zijn in omgekeerde volgorde dan bij Bethge.

Nederlands
Het Lied van de aarde: Van de jeugd

Midden in de kleine vijver

Staat een paviljoen van groen

En glanzend roomwit porcelein

 

Als de rug van koning tijger

Welft de brug van zuiver jade

Tussen paviljoen en tuinpad

 

In het huisje zitten vrienden,

Goed gekleed te drinken, kouten

Eentje schrijft er zijn gedichten

 

Kijk, hun zijden mouwen glijden af

En ook hun zijden mutsen

Zakken grappig achterover

 

In de kleine, kleine vijvers stille,

stille waterspiegel, toont zich alles

Wonderlijk in spiegelbeelden

 

Alles op de kop gezeten

In het paviljoen van groen

En glanzend roomwit porcelein

 

Als een halfmaan staat het brugje,

Bogen in de hoogte. Vrienden,

Fijn gekleed, drinken, kouten